Inleiding

 

De Oosterpoort behoort tot de eerste grootschalige eind 19de eeuwse stadsuitbreidingen buiten de 17deeeuwse vestingterreinen van Groningen. De wijk is opgezet als woonwijk voor de arbeidersbevolking en kleine zelfstandigen. De aanleg van het westelijke deel van de wijk geschiedde vanaf 1870. Het laaggelegen gebied ten oosten van de Meeuwerderweg, de Meeuwerderpolder, is het laatste deel van de Oosterpoortwijk. Het stratenpatroon is tussen 1890 en 1910 geleidelijk aangelegd en bebouwd.

 

Hondsrug

 

De wijk is ontstaan op de oostflank van de Hondsrug. Deze is ontstaan in de voorlaatste ijstijd (circa 200.000 jaar geleden), waarna door insnijding van de oerstromen van de rivieren de Hunze en A de langgerekte vorm ontstond. Beide dalen vulden zich, vooral in en na de laatste ijstijd (van circa 30.000 jaar geleden), met (dek)zand, klei en veen. Een sloot op de plek van de huidige Meeuwerderweg vormde de grens tussen de hoger gelegen zand- en keileemgronden van de Hondsrug ten westen en de lagere klei- en klei-op-veengronden ten oosten daarvan. De Hereweg vormde al sinds het ontstaan van de stad een belangrijke noord-zuid verbinding tussen de Drentse zandgronden en het wierdengebied ten noorden van Groningen. Zij loopt over het hoogste deel van de Hondsrug.

 

De Oosterweg ontstond later en was van secundair belang. In de middeleeuwen vormden deze twee zandwegen de zuidelijke invalswegen van de stad.

 

In 1350 werd het Oude Winschoterdiep gegraven. Het vormde een omlegging van de Hunze die verder naar het oosten langs de stad stroomde. Voordat het gebied bebouwd werd, bedreven 'moeskers' op de hoger gelegen delen van de Hondsrug kleinschalige land- en tuinbouw. De lager gelegen gronden in het oosten waren in gebruik bij 'koemelkers', veehouders met een gering aantal koeien, die de melk zelf in de stad verkochten. De Meeuwerderweg was van oorsprong een bochtige sloot die de westelijke grens vormde van de polder 'de Meeuwert'. Dit drassige poldergebied lag veel lager dan het gedeelte ten westen van de sloot. In 1875 werd langs de sloot in 1875 de Meeuwerderweg aangelegd. Vanaf de Meeuwerderweg liepen de landerijen af tot aan de dijk langs het Winschoterdiep (14de-eeuw) aan de oostkant.

 

17de eeuw tot 1876

 

Tussen de Hereweg en Oosterweg bestonden in ieder geval al halverwege de 17de eeuw twee elkaar kruisende wegen met daaraan enkele huizen en molens. Op het kruispunt stond een herberg, de 'Fürst van Brandenburg'. Ook langs de Hereweg en de Oosterweg was al enige bebouwing ontstaan. Ten oosten van de Oosterweg liepen enkele landweggetjes naar de bochtige sloot die de westelijke grens vormde van de polder 'de Meeuwert'. Langs het Winschoterdiep had zich inmiddels enige kleinschalige bedrijvigheid gevestigd, zoals een scheepswerf en enkele molens.

 

In 1694 werden de gronden direct buiten de Herepoort en Oosterpoort afgegraven ten behoeve van een betere verdediging van de stad. Tegelijk werd ten zuiden van de bestaande vestinggracht een tweede gracht gegraven, de 'Griffe'. Toen de oorlogsdreiging in de daarop volgende jaren echter verminderde, deed het stadsbestuur veel moeite om het gebied, waar de belangrijkste toegangswegen van de stad doorheen liepen, tot een aantrekkelijk wandelgebied te maken. Ook werd nu oogluikend toegestaan dat hier bebouwing plaatsvond. De welgestelden van de stad lieten vervolgens op de hoger gelegen delen zomerverblijven en theekoepels bouwen.

 

Vanaf 1657 lag buiten de Oosterpoort, ten noorden van de 'Griffe' de vuilnisbelt van de stad, de 'Drekstoep'. Ten zuiden hiervan ontstond langs de oude landweggetjes een buurtje waar de allerarmsten uit de stad en de landarbeiders uit de omgeving naar toe trokken. De stegen (Houtzagers-, Kuba-, Witte Latten- en Oliemulders-) waren rond 1830 al tamelijk dichtbevolkt en de woonomstandigheden waren slecht.

 

 

 

Kadastrale kaart met het gebied ten zuiden van de

 

Drekstoep tussen Hereweg en Oosterweg (circa 1830) Foto 1  onderaan

 

Algemene ontwikkeling van de wijk 1864 - 1880

 

In 1864 kwam aan de Brandenburgerstraat, de Kleine Brandenburgerstraat en de Kleine Sophiastraat de eerste (kleinschalige) en min of meer planmatige bebouwing van de wijk tot stand. Enkele jaren later, in 1868, werd de spoorlijn naar Nieuweschans/Duitsland aangelegd. Hierdoor verdwenen veel tuinhuizen en theekoepels van de welgestelden en ontstond een scheiding tussen de Oosterpoortwijk en de Herewegwijk. De Oosterweg verloor haar functie als in- en uitvalsweg van de stad.

 

Nadat het Eemskanaal opengesteld was, werd in 1877 de Oosterhaven in gebruik genomen. In tegenstelling tot de plannen van Van Gendt en Brouwer voor de ontmanteling van de vesting werd het deel tussen Here- en Oosterweg bestemd voor de bouw van een aantal villa's, het Zuiderpark.

 

In 1880 werd langs het Verbindingskanaal een weg aangelegd en over het Herewegviaduct een tramspoor gelegd dat de bestaande paardentram naar Zuidlaren verbond met de nieuwe tramlijn van het station naar het noorden van de stad.

 

In hetzelfde jaar werd besloten tot de aanleg van een nieuwe veemarkt op de plaats van de gemeentelijke vuilnisbelt, de Drekstoep. De aanleg hiervan startte echter pas in 1892 omdat er bij de bewoners van het Zuiderpark nogal wat bezwaren bestonden tegen een veemarkt op die plek. Pas in 1887 werd de vuilnisbelt verplaatst naar de voormalige Linie van Helpman in het uiterste zuidoostelijke deel van de wijk.

 

Straataanleg en woningbouw tot circa 1880

 

In 1863 werd de eerste woningbouwvereniging van Groningen opgericht: de Bouwvereniging. Deze bouwde in 1864 aan de Grote en Kleine Brandenburgerstraat en de Kleine Sophiastraat 32 arbeiderswoningen. In 1874-1875 werden de Lodewijkstraat, de Mauritsstraat, het Sophiaplein (het brede deel van de huidige Sophiastraat), de Polderstraat, de Middenstraat en de Meeuwerderweg aangelegd. De Meeuwerderweg werd aangelegd langs de bochtige sloot die ten westen van de Meeuwerderpolder liep. De bebouwing langs bovengenoemde straten geschiedde veelal door particulieren. Aan de Frederikstraat realiseerde de Bouwvereniging, die al eerder actief was in de Brandenburgerbuurt, in 1875 61 woningen voor kleine zelfstandigen. In 1877 volgde de aanleg van de Mauritsdwarsstraat en de Boumanstraat. In 1878 werden de Griffestraat (langs de toen nog niet gedempte Griffe), de Duikerstraat en het begin van de Nieuwstraat en het Winschoterdiep WZ aangelegd. In 1879 legde de gemeente de Dijkstraat, de Martenstraat en de Nieuwstraat tot aan de Martenstraat aan. Particulieren zorgden in 1879 en 1880 voor de aanleg van de Warmoesstraat en Jacobstraat.

 

 

 

Plattegrond van het Zuiderpark met de eilandstructuur

 

(met een rode stip zijn de monumenten aangegeven) Foto2 onderaan

 

Aanleg van het Zuiderpark (1880)

 

Het gebied van het Zuiderpark maakte tot 1880 deel uit van de 'Lage Landen', gelegen aan de zuidkant van de vesting direct buiten de Here- en Oosterpoort. Dit terrein was ooit ten behoeve van de verdediging van de stad afgegraven. Na de ontmanteling van de vesting van Groningen (1876) werden de vrijkomende terreinen aan de zuidzijde van de stad ingericht en verfraaid volgens het inrichtingsplan van architect Bert Brouwer (1878). Bij de aanleg van de singels werd de zuidelijke hoofdgracht vergraven tot een breed verbindingskanaal tussen de nieuwe Westerhaven en de Oosterhaven.

 

In aansluiting op het singelgebied werd ook het voormalige vestingterrein ten zuiden van het nieuwe Verbindingskanaal tussen de Hereweg en Oosterweg bestemd voor villabouw en bedoeld als representatieve entree van de stad. Aanvankelijk was hier volgens het plan Brouwer een ziekenhuis gepland. Het terrein was door de provincie al opgehoogd met grond die vrijkwam bij het graven van het Verbindingskanaal waardoor de kosten van het bouwrijp maken gering waren. Stadsbouwmeester J.G. van Beusekom maakte een straten- en verkavelingsplan waarin veel groenvoorzieningen waren opgenomen. Het plan omvatte zes 'eilandjes', opgedeeld in 17 percelen met een tamelijk losse groepering van vrijstaande en dubbele villa's. Aan de verkoop van de percelen was een aantal voorwaarden verbonden. Nadat soort en grootte van de bebouwing vastgesteld waren, werd in 1880 begonnen met de bouw. De bebouwing werd in drie fasen gerealiseerd: 1880 - 1882, 1890 - 1895 en in de periode rond de eeuwwisseling. De eerste dubbele villa (Zuiderpark 8- 9) werd gebouwd in 1880 in het zuidoostelijk deel van het park bij de Parklaan, de laatste in 1905 aan de noordzijde van het Zuiderpark aan het Verbindingskanaal. Onder de bewoners waren veel bekende Groningers, hoogleraren, graanhandelaren, fabrikanten, burgemeesters en adellijke families. De straten tussen de Parklaan en de weg langs het Verbindingskanaal, die allen de naam Zuiderpark kregen, kregen een gebogen verloop. De vroegere laan langs de zuidkant - Onder de Boompjes - kreeg de naam Parklaan. In 1883 werd het door tuinarchitect Harreveld ontworpen plan voor plantsoenaanleg door de gemeente uitgevoerd.

 

 

 

Het oostelijke deel van de Oosterpoort,

 

van zuid naar noord (luchtfoto circa 1955) foto 3 onderaan

 

Oosterpoort-Oost, 1898 -1945

 

Nadat de gemeente de sloppen bij de Drekstoep aangekocht en enigszins verbeterd had, kwam het initiatief tot de aanleg en bebouwing van straten bij particuliere grondeigenaren te liggen. De gemeente speelde een toetsende rol. Vanaf 1898 werden ook voor het gebied ten oosten van de Meeuwerderweg plannen ingediend. Inmiddels was de woningnood zo sterk gestegen dat de gemeente het wat minder nauw nam met de voorschriften over de woonomstandigheden. Dit resulteerde in een groot aantal straten, dat vanaf de Meeuwerderweg, evenwijdig aan de kavelrichting, richting Winschoterdiep liep: Annastraat (1898), Jan Goeverneurstraat (1899), Van Julsinghastraat en de Nieuwstraat tussen Martenstraat en Van Julsinghastraat (1899). Hierlangs werden door speculanten zoveel mogelijk woningen gebouwd. Voor het gebied ten zuiden hiervan had de gemeente al in 1880 een stratenplan vastgesteld omdat een particulier hier wel erg nauwe stegen had gepland. Pas in 1899 volgden de Verlengde Frederikstraat, het ruitvormige Frederiksplein, de Nieuwstraat tussen Van Julsinghastraat en Paulus Lamanstraat, de Hendrikstraat, de Joachim Altinghstraat en de Van Sijsenstraat. In tegenstelling tot de periode voor 1890 vond aan deze straten vooral speculatie- of revolutiebouw plaats. Zo werd een eerste stratenplan van grondeigenaar A.M. Prins (1892) afgewezen omdat een deugdelijke riolering ontbrak! Pas na zijn overlijden werden, omdat zijn erfgenamen zich meer coöperatief opstelden, alsnog de Annastraat (in 1898), de Jan Gouverneurstraat (1899), de Van Julsinghastraat (1899) en de Nieuwstraat tussen Martenstraat en Van Julsinghastraat aangelegd.

 

 

 

Joachim Altinghstraat noordzijde, gezien naar het oosten foto 4 onderaan

 

Aan al deze straten vond vooral speculatie- of revolutiebouw plaats: goedkoop gebouwde woningen van matige kwaliteit die niet voor eigen gebruik waren, maar verhuurd werden. In 1900-1901 werd het Winschoterdiep WZ door de gemeente aangelegd en werden de kavels tussen de Dijkstraat en de Verlengde Frederikstraat verkocht. Op de relatief grote binnenterreinen vestigden zich vooral bedrijven. Hoewel in 1901 de Woningwet van kracht werd, ging in de eerstvolgende jaren de revolutiebouw gewoon door. In 1905 werden de Albertstraat en de Alexanderstraat aangelegd en bebouwd. In 1909 volgden de Van Sijsenplaats, het laatste deel van de Van Sijsenstraat, de Verlengde Nieuwstraat en de noordzijde van de Meeuwerderbaan. In 1913 kocht de gemeente in 1913 het terrein ten zuiden van de Meeuwerderbaan en maakte hiervoor zelf een stratenplan. De grond werd gereserveerd voor woningbouwverenigingen. In 1915 bouwde 'Volkshuisvesting' aan de H.L.Wichersstraat een complex van 60 woningen (gesloopt in 1969 voor de aanleg van de zuidelijke ringweg). Enige jaren later bouwde 'Patrimonium' aan de zuidzijde van de Meeuwerderbaan een complex van 44 woningen.

 

Nadat de stedenbouwkundige structuur van de Oosterpoort rond 1920 vastgelegd was, vond hier en daar sanering en verdichting plaats. Zo werd in 1935 op een binnenterrein aan de Oosterweg, tussen Frederikstraat en Jacobstraat, een gasthuis 'Voor den werkenden stand' gebouwd. Verder werden vooral in de jaren dertig verspreid over de wijk kleine woningcomplexen gebouwd, al dan niet voorzien van winkels, veelal na sloop van de bestaande bebouwing.

 

Scholen

 

In de Oosterpoortwijk werd, vergeleken met andere wijken, een groot aantal scholen gebouwd. De Oosterpoort vormde de eerste grootschalige stadsuitbreiding buiten de voormalige vestingwallen en diende daardoor, ook wat de scholen betrof, als 'overloopgebied' van het centrum. In 1867 werd aan het Sophiaplein een openbare lagere school gebouwd, de eerste school buiten de vesting. In 1881 werd aan de Oosterweg een tweede openbare lagere school gebouwd. De derde werd in 1902 gebouwd aan de Oliemulderstraat. In 1907 werden aan de Mauritsstraat een Gereformeerde, tussen de Cuba- en de Polderstraat een Rooms Katholieke en aan de Oliemulderstraat een Hervormde lagere school gebouwd. Tenslotte werd in 1920 op een binnenterrein aan de Warmoesstraat de Rijkenschool gebouwd, een gemengde lagere school voor de 'tweede klasse' (de middenstand).

 

Kerken

 

Het aantal kerken in de wijk was veel minder groot. In 1882 werd achter de Meeuwerderweg, tussen de Oliemulder- en de Warmoesstraat, een Baptistenkerkje gebouwd. Vóór dit gebouw werd in 1924 in de rooilijn van de Meeuwerderweg een nieuwe kerk gebouwd. Dit is de enige kerk in de wijk die nog die nog als kerk gebruikt wordt. In 1885 werd aan de Hornstraat een Gereformeerde kerk gebouwd (verbouwd in 1925 door architect E. Reitsma in de stijl van de Amsterdamse School en gesloopt in 1990). Op een binnenterrein ten westen van het Winschoterdiep heeft enige tijd een kerkgebouw gestaan van de Hersteld Apostolische Gemeente (1905-1921). Aan de Oosterweg werd in 1922 een Nederlands Hervormde kerk gebouwd, de Oosterkerk (in 1988 verbouwd tot woningen en wooneenheden).

 

Bedrijven

 

De bedrijvigheid in de wijk concentreerde zich al vroeg voornamelijk aan weerszijden van het Winschoterdiep. Tot 1871 stonden hier nog een wind-, een cement- en een pelmolen. De houtzaagmolen 'De Zaaijer' werd pas in 1904 afgebroken; hier was tot voor enige jaren geleden, ten zuiden van de H.L. Wichersstraat, de houthandel van de Firma Nanninga gevestigd (nu woonwijk De Linie). Aan de oostzijde van het Winschoterdiep vestigde zich in 1906 de 'N.V. Albino', een groothandel in voedingsmiddelen. In 1916 breidde dit bedrijf uit met de bouw van een groot pakhuis (verbouwd tot wooneenheden). Een van de grootste bedrijven in de Oosterpoort was de tricotagefabriek van R. Muller, in de jaren 1890 gevestigd op een groot terrein ten westen van het zuidelijke deel van de Meeuwerderweg. Het was het enige grote fabriekscomplex in de directe woonomgeving. Aan de westzijde van het Winschoterdiep had zich in 1883 het bedrijf van A. Kwint gevestigd, een winkel in scheepsbenodigdheden. Na de Tweede Wereldoorlog trok het bedrijf in de productiehallen van de tricotagefabriek van Muller.

 

Hiernaast vestigden zich in de wijk nog tal van andere bedrijven en bedrijfjes, zoals bijvoorbeeld Van de Lijn & Co., Mees, Scheepswerf Vos en de Gemeentereiniging. De winkels concentreerden zich voornamelijk langs de Oosterweg en de Meeuwerderweg.

 

Ontwikkelingen na 1945

 

Tot ver na de Tweede Wereldoorlog veranderde er in de wijk relatief weinig. De belangrijkste ontwikkeling was de sterke afname van het inwonertal: van 15.000 in 1950 naar 5000 in 1980. Met deze afname verminderde ook het aantal winkels. De bedrijvigheid concentreerde zich meer en meer aan de oostkant van het Winschoterdiep.

 

In 1969 werd het zuidelijk deel van de wijk doorsneden door de aanleg van de zuidelijke ringweg 'over' de Meeuwerderbaan. Omdat op deze plek aan beide kanten afritten kwamen, moest de bebouwing aan de zuidkant van de Meeuwerderbaan wijken en kwam de H.L.Wichersstraat geïsoleerd te liggen ten opzichte van de rest van de wijk.

 

In hetzelfde jaar werd de veemarkt verplaatst naar de Sontweg en startte de bouw van 'Cultureel centrum d'Oosterpoort' en enkele kantoren aan de Trompsingel. De Veemarktstraat verdween voor het grootste deel. Aan het begin van de jaren '70 werden hierachter woningen gebouwd (Palmslag, Cubastraat, Houtzagersstraat). Ook in de rest van de wijk, vooral ten oosten van de Meeuwerderweg, vond vanaf dat moment op grote schaal stadsvernieuwing plaats. Hoewel op verschillende plaatsen sloop en vervangende nieuwbouw plaatsvond, bleef de oorspronkelijke stedenbouwkundige structuur gehandhaafd. In de jaren tachtig is een bouwblok aan de Paulus Lamanstraat vanwege de slechte bouwkundige kwaliteit afgebroken en vervangen door nieuwbouw. In het Zuiderpark veranderde de oorspronkelijke woonfunctie van de villa's grotendeels in een kantoorfunctie (circa 70 %). In de jaren zestig is één villa (Zuiderpark 14-15) gesloopt en vervangen door een kantoorgebouw.

 

Beschermd Stadsgezicht

 

Binnen het plangebied is sprake van twee Beschermde Stadsgezichten: het Zuiderpark en de Oosterpoort-Oost. In 1994 besloot de gemeenteraad om 7 stadsgezichten, waaronder het Zuiderpark en Oosterpoort-Oost bij de staatssecretaris van OCW voor te dragen voor bescherming. Uiteindelijk kreeg dit in 2000 zijn beslag in de vorm van een aanwijzingsbesluit.

 

Beschermd Stadsgezicht Zuiderpark

 

Het Zuiderpark wordt hierin gewaardeerd “als een gaaf voorbeeld van een villapark uit het laatste kwart van de negentiende eeuw met een bijzonder ruimtelijk concept, dat geënt is op de historische structuur binnen de contouren van de voormalige zuidelijke vestingwerken, met een architectonisch samenhangende hoogwaardige bebouwing, die een staalkaart toont van de eind negentiende-eeuwse, vroeg twintigste-eeuwse in zwang zijnde bouwstijlen. Als zodanig is het Zuiderpark van belang uit stedenbouwkundig, cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en landschappelijk oogpunt”.

 

Nadere typering van de te beschermen waarden

 

De goed bewaarde, vrijstaande villabebouwing in een groene eilandstructuur met een kromlijnig stratenpatroon bepalen het hoogwaardige karakter van dit bijzondere, eind negentiende-eeuwse, vroeg-twintigste-eeuwse villapark, dat gerealiseerd werd op de zuidelijke vestingterreinen. Het architectuurbeeld is bijzonder rijk en gaaf bewaard gebleven, wat heeft geleid tot het aanwijzen van het merendeel van de villa's tot van rijkswege beschermd monument. De in drie bouwstromen gerealiseerde bebouwing is zeer gevarieerd en toont een staalkaart van de laat negentiende-eeuwse, vroeg twintigste-eeuwse bouwstijlen.

 

Typerend zijn:

 

  • de gaafheid van het op de historische structuur geënt ruimtelijk concept binnen de contouren van de voormalige zuidelijke vestingwerken, bestaande uit zes gebieden in een groene eilandstructuur;

  • de eilandstructuur en de individuele setting van royale villa's op ruime kavels met een grote variatie in architectuur en verschijningsvorm;

  • het ruime profiel: groene achtertuinen - vrijstaande villabebouwing - voortuinen, al dan niet voorzien van boombeplanting - erfafscheiding, bestaande uit ijzeren hekwerken - openbaar voetpad met boombeplanting - rijbaan - openbaar voetpad met boombeplanting - erfafscheiding, bestaande uit ijzeren hekwerken - voortuinen, al dan niet voorzien van boombeplanting - vrijstaande villabebouwing - groene achtertuinen;

  • de rijke architectuur van een groot aantal villa's;

  • het scherpe contrast tussen het open parkachtige karakter van het villagebied met enerzijds de gesloten, in de rooilijn geplaatste bebouwing aan de Parklaan en anderzijds de openheid naar het Verbindingskanaal;

  • de tuinen met geboomte, die de bouwmassa's omringen en die in veel gevallen worden omzoomd door voor de bouwtijd karakteristieke ijzeren hekwerken;

  • de visuele relatie met het Verbindingskanaal en de verschillende zichtassen vanuit het park naar het Verbindingskanaal.

    Beschermd Stadsgezicht Oosterpoort-Oost

    Het zuidoostelijke deel van de Oosterpoortwijk wordt hierin gewaardeerd als “een opmerkelijk gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een arbeidersbuurt uit het einde van de negentiende eeuw met een bijzonder karakteristiek laat negentiende-eeuws bebouwingsbeeld dat een gaaf ensemble vormt in samenhang met het stedenbouwkundige patroon van deels gebogen, deels rechte straten. De buurt is als zodanig van algemeen belang vanwege haar grote betekenis voor de geschiedenis van de eind negentiende-eeuwse volkswoningbouw alsmede vanwege haar architectuurhistorische en stedenbouwkundige waarde".

    Nadere typering van de te beschermen waarden

    Het gebied ten oosten van de Meeuwerderweg is een goed voorbeeld van een arbeidersbuurt uit het einde van de negentiende eeuw met een gaaf bewaard gebleven bijzonder karakteristiek gebogen stratenpatroon en samenhangende uniforme bebouwing.

    Typerend zijn:

 

  • het goed bewaarde laat 19de-eeuwse bebouwingsbeeld dat een zeer gaaf ensemble vormt met het stedenbouwkundige patroon van gebogen en rechte straten;

  • het profiel: gesloten gevelwand - van boombeplanting voorzien trottoir - straat - van boombeplanting voorzien trottoir - gesloten gevelwand;

  • het in tegenstelling tot het noordelijke deel rechthoekiger straatpatroon in het zuidelijke deel met ruitvormige en pleinvormige verbredingen;

  • de per straat aanwezige individuele uniforme bakstenen bebouwing met verticale gevelopeningen, reeksen dakkapellen, kajuiten en gekleurde baksteenornamentiek;

  • de nog oorspronkelijke bestrating van de Paulus Lamanstraat en de Verlengde Nieuwstraat, bestaande uit blauwgrijze scoria bricks;

  • de uniforme bebouwing aan weerszijden van de Van Julsinghastraat van één bouwlaag met kap met kenmerkende reeks dakkapellen;

  • de gevarieerde boombeplanting langs de verschillende straten.

    Door de aanwijzing als beschermde stadsgezichten moet volgens de Monumentenwet een bestemmingsplan worden vastgesteld dat de karakteristieke, met de historische ontwikkeling samenhangende structuur en ruimtelijke kwaliteit van de gebieden onderkent als zwaarwegend belang bij de verdere ontwikkelingen binnen het gebied. In de toelichting bij de aanwijzingsbesluiten (zie bijlagen) is vermeld dat ten tijde van de aanwijzing tot beschermde stadsgezichten het vigerende bestemmingsplan voor de gebieden het voorgaande bestemmingsplan Oosterpoort is. In de toelichting bij de aanwijzingsbesluiten is aangegeven dat de vigerende bestemmingsplanregeling wordt geacht aan het rechtsgevolg van bescherming van het gebied te voldoen. In voorliggend bestemmingsplan Oosterpoort wordt dit oorspronkelijke bestemmingsplan Oosterpoort meegenomen. Daarmee kan dit bestemmingsplan Oosterpoort eveneens worden geacht aan het rechtsgevolg van bescherming van de gebieden te voldoen.

    Monumenten

    In het gebied ligt tevens een aantal Rijksmonumenten en Gemeentelijke Monumenten. Deze kennen elk hun eigen beschermingsregime (Monumentenwet van 1988 en de gemeentelijke Monumentenverordening).

    Hereweg 2, 2a, woonhuis met theekoepel Rijksmonument

    Hereweg 4, 4a, woonhuis Rijksmonument

    Oliemulderstraat 6, 6 I, woonhuis Gemeentelijk Monument

    (voorbeschermd)

    Oosterweg 13, school Gemeentelijk Monument

    (voorbeschermd)

    Oosterweg 56, woonhuis Gemeentelijk Monument

    Parklaan 1, 1a, 1b, villa Rijksmonument

    Parklaan 7, woonhuis Gemeentelijk Monument

    (voorbeschermd)

    Parklaan 12, woonhuis Gemeentelijk Monument

    (voorbeschermd)

    Parklaan 15, 15a, woonhuis Rijksmonument

    Parklaan 16, woonhuis Rijksmonument

    Parklaan 18, woonhuis Rijksmonument

    Trompkade 8, pakhuis Rijksmonument

    Zuiderpark 2, villa Rijksmonument

    Zuiderpark 3, villa Rijksmonument

    Zuiderpark 5, villa Rijksmonument

    Zuiderpark, 8, 9 , dubbele villa Rijksmonument

    Zuiderpark 12, 13, dubbele villa Rijksmonument

    Zuiderpark 18, 18a, villa Rijksmonument

    Zuiderpark 20, villa Rijksmonument

    Zuiderpark 25, villa Rijksmonument

    Zuiderpark 26, villa Rijksmonument

    2.1.2 De (huidige) ruimtelijk - functionele structuur

    De Oosterpoort is een stadswoonwijk, grenzend aan de binnenstad. Het plangebied kent een heldere begrenzing, met aan de noord- en oostzijde het Verbindingskanaal en het Oude Winschoterdiep en aan de west- en zuidzijde de Hereweg, de spoorlijn en de Zuidelijke Ringweg. De binnenstad grenst aan de noordwestzijde van de Oosterpoort, aan de andere zijden grenst de Oosterpoort aan diverse woonbuurten; de Herewegbuurt, de Linie en de Brink/de Meeuwen.

     

    Ligging t.o.v. binnenstad en omliggende wijken foto 5  onderaan

    De Oosterpoort is voor zowel de auto als voor het langzaam verkeer goed aangesloten op de omliggende buurten en de binnenstad. Alleen aan de west- en zuidzijde werken het spoor en het viaduct van de Hereweg als een blokkade naar de achterliggende Herewegbuurt. Aan de zuidzijde vormt de ringweg wel een visuele buffer, in functionele zin zijn er daarentegen drie onderdoorgangen waardoor de wijk goed verbonden is met de Linie en het daarachter gelegen Europapark.

    Hoofdstructuur van de wijk

    De hoofdstructuur van de wijk wordt voor een groot deel bepaald door de begrenzingen, die structuurbepalende elementen vormen op het schaalniveau van de stad. In het gebied zelf zijn de Meeuwerderweg en Oosterweg met hun voorzieningen en winkels structuurbepalend, evenals het Zuiderpark en de voorzieningen aan de noordzijde van het plangebied. De doorlopende noord-zuidroutes Oosterweg en Meeuwerderweg zorgen voor een driedeling van de wijk en voor de directe verbinding met de binnenstad. Voor het overige wordt de wijk gekenmerkt door gesloten bouwblokken die voornamelijk bestaan uit woningen. Waar de bouwblokken voldoende maat hebben, zijn in het verleden bijzondere functies zoals kerken, scholen en bedrijven op binnenterreinen ontstaan. De verkavelingsrichting van de bouwblokken en het verloop van de structuurbepalende straten zijn gebaseerd op het oorspronkelijke landschappelijke verkavelingspatroon en landschappelijke structuurelementen.

     

    Hoofdstructuur Oosterpoort foto 6 onderaan

    Bebouwingsstructuur

    De Oosterpoort is een stadswoonwijk, opgebouwd uit gesloten bouwblokken. Door diversiteit in de afmetingen van de bouwblokken en straten en het verschil in de periodes van ontstaan, is er een aantal buurten te onderscheiden met elk hun eigen sfeer en kenmerken. Door het doorlopende stratenpatroon vormen de verschillende buurten een wijk met een sterke samenhang.

    In de Oosterpoort bevinden zich twee beschermde stadsgezichten; het Zuiderpark en de Oosterpoort-Oost. Andere kenmerkende buurten of eenheden zijn de Brandenburgerbuurt, de Kop Oosterpoort en de latere inbreiding Meeuwerderpolder. Voor het overige bestaat de wijk uit woonstraten en gesloten bouwblokken met individuele bebouwing voornamelijk ontstaan in het einde van de 19e en begin van de 20e eeuw. Deze 19e-eeuwse en vroeg 20e-eeuwse bebouwing wordt op veel plaatsen onderbroken door bebouwing uit de jaren '80 van de 20e eeuw die destijds als vervangende nieuwbouw is ingezet in het kader van wijkvernieuwing.

     

    Bebouwingsstructuur foto 7 onderaan

    Het gebied tussen de Meeuwerderweg en het Winschoterdiep

    Het gebied ten oosten van de Meeuwerderweg wordt gekenmerkt door ondiepe bouwblokken met per straat een sterke uniforme uitstraling. De straten zijn veelal lichtgebogen en oost-westgericht. In dit gebied is het beschermd stadsgezicht Oosterpoort-Oost gelegen. Het beschermde stadsgezicht wordt begrensd door de Meeuwerderweg aan de westzijde, de Martenstraat aan de noordzijde, de Nieuwstraat aan de oostzijde en de Meeuwerderbaan aan de zuidzijde.

    Particuliere ondernemers namen het initiatief voor de bebouwing langs de reeds aangelegde of geprojecteerde straten. Het bouwproces voltrok zich aan de hand van particuliere bouwplannen, waarmee een straat gaandeweg werd volgebouwd. De meeste woningen zijn gebouwd in een ambachtelijk-traditionele bouwtrant uit het einde van de 19e eeuw en bestaan uit één of twee bouwlagen met kap en zijn opgetrokken uit rode en roodbruine baksteen. Accenten zijn aangebracht in de vorm van siermetselwerk en gekleurde baksteendecoraties.

    In het zuidelijke, later ontstane deel (1910) ten zuiden van de Paulus Lamanstraat zijn de straten recht en hier en daar voorzien van pleinvormige verbredingen. De architectuur van de woningen is in de geest van de bouwtijd rijker gedetailleerd. In het oostelijke deel heeft in de jaren '80 van de 20e eeuw veel vervangende nieuwbouw plaatsgevonden. De grotere binnenterreinen bieden meer ruimte voor groen, één er van is ingericht als openbare groenvoorziening voor de buurt.

    Het gebied ten oosten van de Meeuwerderweg ontleent zijn kwaliteit aan de gaafheid van uniforme, karakteristieke bebouwing langs een gebogen met per straat een eigen karakter. In stedenbouwkundige en architectonische zin dient hiermee zorgvuldig te worden omgegaan. De stedenbouwkundige structuur en uniforme bebouwing versterken elkaar als ruimtelijke eenheid, wat

    resulteert in een hoge beeldkwaliteit.

     

    Annastraat en Meeuwerderweg foto 8 onderaan

    Het gebied tussen de spoorlijn en de Meeuwerderweg

    Dit gebied wordt gekenmerkt door een patroon van rechte straten en, in vergelijking tot het gebied ten oosten van de Meeuwerderweg, relatief grote bouwblokken. De bebouwing laat een grote verscheidenheid zien aan woningtypen. In de grotere bouwblokken zijn de binnenterreinen voorzien van bebouwing in de vorm van ondermeer woningen, scholen, bedrijvigheid en een buurtstalling voor auto's. Bijzondere invullingen met woningen op binnenterreinen zijn het woonhof 'Gasthuis voor den Werkenden Stand' en een tot appartementen verbouwde kerk aan de Oosterweg. Een voorbeeld van een andere functie is de school op het binnenterrein tussen de Oliemulderstraat en de Warmoesstraat.

     

    Woonhof aan de Oosterweg en school aan de Warmoesstraat foto 9 onderaan

    In het noordelijke deel is een aantal bouwblokken vervangen door nieuwbouw. Een opvallend element dat behouden is, is de voormalige boerderij met erf aan de noordzijde van de Oliemulderstraat uit einde van de 19e eeuw. Belangrijk is dat dergelijke bebouwing gehandhaafd blijft, zodat de geschiedenis van het gebied afleesbaar blijft. In het zuidelijke deel van dit gebied onderscheidt de Frederikstraat zich door het brede straatprofiel met zeer karakteristieke bebouwing. De Frederikstraat is tot stand gekomen op initiatief van de Bouwvereniging die in 1876 besloot 61 woningen voor kleine zelfstandigen te bouwen. Het geheel bestaat uit ensembles woonhuizen van afwisselend één en twee bouwlagen met kap en forse dakkapellen.

     

    Voormalige boerderij aan de Oliemulderstraat en karakteristieke bebouwing aan de Frederikstraat foto 10 onderaan

    De bebouwing langs de Oosterweg, één van de belangrijkste hoofdroutes van de wijk, kent een zeer divers karakter, variërend van een karakteristiek schoolgebouw uit 1880, oorspronkelijke arbeiders- en moeskerswoningen van rond 1900 tot later invullingen uit de jaren 30 van de 20e eeuw in verstrakte Amsterdamse Schoolstijl.

    Aan de zuidzijde wordt de Oosterpoortbuurt afgerond door een invulling in de jaren '90 van de 20eeeuw op het voormalige terrein van de Kwintfabriek. Deze invulling bestaat uit woningen, een groenvoorziening voor de buurt en een bebouwingsaccent in de uiterste hoek met dienstverlening. Bij de verkavelingsopzet is uitgegaan van het voortzetten van de bestaande bouwblok- en wegenstructuur. De Blekerslaan, het R. Muller's Laantje en de Kwintlaan sluiten aan bij het stratenpatroon van de rest van de Oosterpoort. De bouwblokdiepte sluit goed aan bij de maat en schaal van de rest van de wijk en vormt de basis voor een goede woonkwaliteit. Met het bebouwingsaccent in de uiterste zuidelijke hoek, heeft de wijk een markeringspunt gekregen. Met deze invulling heeft de Oosterpoort een heldere beëindiging gekregen.

     

    Voormalig schoolgebouw aan de Oosterweg en woningen aan de Blekerslaan foto 11 onderaan

    Beschermd stadsgezicht Zuiderpark

    Het Zuiderpark is een fraai uitgevoerd villapark uit het eind van de 19e eeuw. De contouren van het villapark zijn gebaseerd op het oude vesting. Bij de singelaanleg in het eind van de 19e werd het huidige verbindingskanaal gegraven en werd het vestingterrein bestemd voor villabouw.

    Het ruimtelijke karakter en bebouwingsbeeld van het Zuiderpark is zeer herkenbaar en gaaf bewaard gebleven. Kenmerkend is de driehoekige vorm van het gebied, waarbinnen zes qua vorm verschillende groene eilanden liggen waarop enkele of dubbele villa's zijn gesitueerd. De gebogen straten tussen de eilanden en de losse in het groen gegroepeerde villa's verlenen het Zuiderpark een romantisch, parkachtig karakter. Kenmerkend is het straatprofiel met aan beide zijden een groene berm en daarachter de villa's op groene percelen.

    In het beloop van de Parklaan is de oude singelweg herkenbaar, die langs de 'vooruitgeschoven' gracht liep. De singelachtige bebouwing bestaat uit een nagenoeg aaneengesloten gevelwand van herenhuizen van twee bouwlagen, al dan niet voorzien van een souterrain en een kapverdieping. Deze bebouwing vormt een afsluitende wand ten opzichte van de villabebouwing en is nadrukkelijk gepland om het park visueel te scheiden van de Brandenburgerbuurt, een vanaf circa 1864 ontstane arbeidersbuurt. Het classicistische en eclectische bebouwingsbeeld langs de Parklaan toont veelal geheel gepleisterde gevels en een rijke ornamentering van deur- en raamkozijnen, balkons en kroonlijsten. Het oostelijke deel van de Parklaan bestaat uit een gesloten wand van herenhuizen van overwegend twee en drie bouwlagen hoog met een kapverdieping en een soberder architectonische vormgeving. Hier overheerst schoon metselwerk het gevelbeeld, afgewisseld met bepleisterde raamomlijstingen.

    Het bebouwingsbeeld van de vrijstaande villa's wordt gekenmerkt door rechthoekige bouwvolumes van overwegend twee bouwlagen en een souterrain met al dan niet afgeknotte kapverdieping. De bouwmassa's zijn verlevendigd met in- en uitspringende geveldelen als serres, erkers, loggia's en balkons. De villa's zijn in diverse bouwstijlen gebouwd. In de eerste periode van ontwikkeling, vanaf 1880, zijn de villa's voornamelijk in neoclassicistische en eclectische stijl gebouwd. Vanaf 1890 maakte de neorenaissance zijn opwachting en vanaf 1895 zijn de villa's gebouwd in chaletstijl en art-nouveau-stijl. Een groot aantal villa's is aangewezen als rijksmonument.

    Om het tuin- en parkachtige karakter te behouden en/of te versterken is het niet zondermeer toegestaan om parkeerplaatsen in de tuinen aan te leggen. Een klein aantal parkeerplaatsen in de tuinen is mogelijk, zolang een tuin niet wordt gedomineerd door geparkeerde auto's of verharding. Om het groene karakter te beschermen is voor het Zuiderpark een stelsel voor omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden opgenomen in het bestemmingsplan.

     

    Villa's in het Zuiderpark foto 12 onderaan

    Brandenburgerbuurt

    De Brandenburgerbuurt is gelegen ten zuidwesten van het Zuiderpark, in het noordwestelijke deel van de wijk. De arbeidersbuurt is ontwikkeld vanaf 1864 en vormt de eerste planmatige bebouwing buiten de vesting van de stad.

    De buurt heeft een geheel eigen stedenbouwkundige en architectonische karakteristiek. De opzet van de buurt wordt gekenmerkt door een historisch bepaalde, driehoekige structuur tussen de Brandenburgerstraat en de Kleine Brandenburgerstraat. De driehoek wordt doorkruist door de Sophiastraat en de Kleine Sophiastraat; kleine, smalle straatjes die elkaar haaks kruisen. Kenmerkend voor de straatprofielen zijn de geveltuintjes die zich op diverse plekken bevinden en de buurt een groen karakter geven. De bebouwing bestaat overwegend uit kleine woningen van één bouwlaag met kapverdieping. Op de hoeken van de belangrijkste toegangen van het buurtje zijn de woningen afgeschuind, waardoor de driehoekige contour van de buurt wordt geaccentueerd. Het geheel heeft een besloten, dorps karakter. De architectuur is eenvoudig, maar de straatwanden als geheel zijn sfeerrijk en waardevol.

    Aan het zuidelijke uiteinde van de Kleine Brandenburgerstraat bevindt zich in het bouwblok een (gemeentelijke) tuin, met daar grenzend een vrijstaande woning. Vanuit de Kleine Sophiastraat is, langs een aantal woningen en tuinen, een voetgangersdoorsteek in zuidelijke richting naar de Lodewijkstraat. Het groene en besloten karakter van de buurt komt op deze twee plekken het meest tot uiting.

    Het buurtje is vooral van waarde vanuit cultuurhistorisch oogpunt. Hier bevindt zich de vroegste sociale woningbouw van Groningen. Vanwege de karakteristieke ruimtelijke opzet is de buurt tevens in stedenbouwkundig opzicht van groot belang. Doel van dit bestemmingsplan is het karakter van de buurt te handhaven.

     

    Sophiastraat en tuin foto 13 onderaan

    Kop Oosterpoort

    De kop Oosterpoort vormt de noordzijde van de Oosterpoort. Het betreft de bebouwing langs de Trompsingel, Veemarktstraat en Griffeweg. De verschillende functies in de gebouwen zijn voornamelijk bovenwijks georiënteerd. Dit is af te lezen aan de schaalgrootte van de bebouwing, die geheel anders is dan in de rest van de Oosterpoort.

    Langs de Trompsingel bevinden zich grootschalige panden met verschillende functies. Van west naar oost zijn dat dienstverlening, het cultuurcentrum 'de Oosterpoort' en een kantoorgebouw. Deze functies hebben een bovenwijkse oriëntatie. De gebouwen zijn richting de binnenstad georiënteerd en zijn enigszins van de woonbuurten van de Oosterpoort afgeschermd door een groene bufferzone. Door verschil in schaalgrootte en oriëntatie van de bebouwing langs de Trompsingel bestaat er een scherp contrast met de achterliggende woonbuurt.

    De bebouwing aan de zuidzijde van de Griffeweg wordt gevormd door een complex van vier tot zeven bouwlagen hoog, met winkels en voorzieningen op de begane grond en woningen daarboven. Samen met een aantal oude panden aan de overzijde van de Meeuwerderweg vormt dit complex een markering voor de entree van de Oosterpoortbuurt via de Meeuwerderweg als belangrijkste 'ader' van de buurt.

    Aan de overzijde van de Griffeweg bevindt zich een horecavoorziening in een oude silo en een gesloten bouwblok met dienstverlening, horeca en woningen. Door de bijzondere ligging aan een pleinachtige ruimte en langs het Oude Winschoterdiep is de silo uitermate geschikt voor de huidige horecafunctie. Deze functie wordt versterkt door uitbreiding van het gebouw met een aan de gevel hangend terras. De silo en het naastliggende bouwblok vormen geen straatwanden, maar liggen 'los in de ruimte'. Hiermee vinden deze twee elementen aansluiting bij de open bebouwingsstructuur van 'de Brink' ten oosten van dit gebied, aan de overzijde van het Oude Winschoterdiep.

    De bebouwing aan weerszijden van de Veemarktstraat en de Griffeweg vormen de randen van een open pleinachtige ruimte. Doordat deze ruimte wordt doorsneden –en gedomineerd- door de doorgaande weg, is het gebied versnipperd en is er geen sprake van ruimtelijke samenhang.

     

    Cultureel centrum De Oosterpoort en de (voormalige) silo met horecafunctie foto 14 onderaan

    Ontwikkelingen

    In de Oosterpoortbuurt doen zich geen grootschalige ontwikkelingen voor. Het voorliggende bestemmingsplan is er op gericht de bestaande karakteristiek en kwaliteit te behouden en waar mogelijk te versterken. De opbouw van het gebied met een afwisseling van verschillende buurten is kenmerkend.

    Op perceelsniveau wordt beperkte ruimte geboden voor uitbreiding van de huidige bebouwing. Per straat is steeds de heersende hoogte vastgelegd, om op deze manier de karakteristiek te beschermen. Zo mag in een straat waar de heersende hoogte twee lagen met kap is, een woning van één bouwlaag met kap worden verhoogd met een extra bouwlaag. Uiteraard worden alle bouwplannen tevens getoetst aan de welstandsnota.Voor bijbehorende bouwwerken kent dit bestemmingsplan de standaardregeling, die ook bij andere bestemmingsplannen van de gemeente Groningen wordt gehanteerd.

     

     

 

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto 10

Foto 11

Foto 12

Foto 13

Foto 14